Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
denken
Wie denk je dat sterker is?
bereiden
Ze bereidt een taart.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
rondkomen
Ze moet rondkomen met weinig geld.
reizen
We reizen graag door Europa.
vertegenwoordigen
Advocaten vertegenwoordigen hun cliënten in de rechtbank.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.