Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
schrijven
Hij schrijft een brief.