Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
horen
Ik kan je niet horen!
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
vervangen
De automonteur vervangt de banden.
eten
De kippen eten de granen.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.