Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
genieten
Ze geniet van het leven.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
kijken
Ze kijkt door een gat.