Woordenlijst
Japans – Werkwoorden oefenen
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
slapen
De baby slaapt.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
vertellen
Ze vertelde me een geheim.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
importeren
We importeren fruit uit veel landen.
kussen
Hij kust de baby.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.