Woordenlijst
Sloveens – Werkwoorden oefenen
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.
verdelen
Ze verdelen het huishoudelijk werk onder elkaar.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
missen
Ik zal je zo erg missen!
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
terugkomen
De boemerang kwam terug.
doorrijden
De auto rijdt door een boom.