Woordenlijst
Sloveens – Werkwoorden oefenen
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
verdelen
Ze verdelen het huishoudelijk werk onder elkaar.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.