Woordenlijst
Sloveens – Werkwoorden oefenen
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?