Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
missen
De man heeft zijn trein gemist.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
rijden
Kinderen rijden graag op fietsen of steps.
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
terugvinden
Na de verhuizing kon ik mijn paspoort niet meer terugvinden.
raden
Je moet raden wie ik ben!
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.