Woordenlijst
Arabisch – Werkwoorden oefenen
stoppen
Hij stopte met zijn baan.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
liggen
Ze waren moe en gingen liggen.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
bellen
Het meisje belt haar vriendin.