Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
worden dronken
Hij wordt bijna elke avond dronken.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.