Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
betalen
Ze betaalde met een creditcard.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
vertrekken
Het schip vertrekt uit de haven.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.
drinken
Ze drinkt thee.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
schreeuwen
Als je gehoord wilt worden, moet je je boodschap luid schreeuwen.
wakker worden
Hij is net wakker geworden.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.