Woordenlijst
Ests – Werkwoorden oefenen
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
geïnteresseerd zijn
Ons kind is erg geïnteresseerd in muziek.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.