Woordenlijst
Fins – Werkwoorden oefenen
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
verder gaan
Je kunt op dit punt niet verder gaan.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
betalen
Ze betaalde met een creditcard.
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.