Woordenlijst
Fins – Werkwoorden oefenen
spellen
De kinderen leren spellen.
horen
Ik kan je niet horen!
dragen
De ezel draagt een zware last.
smaken
Dit smaakt echt goed!
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
toevoegen
Ze voegt wat melk toe aan de koffie.
vertellen
Ze vertelt haar een geheim.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.