Woordenlijst
Macedonisch – Werkwoorden oefenen
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.
gaan
Waar gaan jullie beiden heen?
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.