Woordenlijst
Amharisch – Werkwoorden oefenen
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
besparen
Je bespaart geld als je de kamertemperatuur verlaagt.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
binnenkomen
Kom binnen!