Woordenlijst
Amharisch – Werkwoorden oefenen
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
zitten
Ze zit bij de zee tijdens zonsondergang.
delen
We moeten leren onze rijkdom te delen.
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
draaien
Je mag naar links draaien.
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.