Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
genieten
Ze geniet van het leven.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
spellen
De kinderen leren spellen.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.