Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen
mengen
De schilder mengt de kleuren.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.