Woordenlijst
Spaans – Werkwoorden oefenen
staan
De bergbeklimmer staat op de top.
investeren
Waar moeten we ons geld in investeren?
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
gooien
Hij gooit zijn computer boos op de grond.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.