Woordenlijst
Portugees (BR) – Werkwoorden oefenen
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
eindigen
De route eindigt hier.
trainen
De hond wordt door haar getraind.
verdelen
Ze verdelen het huishoudelijk werk onder elkaar.
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.