Woordenlijst

Leer bijwoorden – Frans

cms/adverbs-webp/78163589.webp
presque
J‘ai presque réussi !
bijna
Ik raakte bijna!
cms/adverbs-webp/29021965.webp
pas
Je n‘aime pas le cactus.
niet
Ik hou niet van de cactus.
cms/adverbs-webp/96228114.webp
maintenant
Devrais-je l‘appeler maintenant ?
nu
Moet ik hem nu bellen?
cms/adverbs-webp/96549817.webp
loin
Il emporte la proie au loin.
weg
Hij draagt de prooi weg.
cms/adverbs-webp/73459295.webp
aussi
Le chien est aussi autorisé à s‘asseoir à la table.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
cms/adverbs-webp/176427272.webp
en bas
Il tombe d‘en haut.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
cms/adverbs-webp/178600973.webp
quelque chose
Je vois quelque chose d‘intéressant!
iets
Ik zie iets interessants!
cms/adverbs-webp/128130222.webp
ensemble
Nous apprenons ensemble dans un petit groupe.
samen
We leren samen in een kleine groep.
cms/adverbs-webp/46438183.webp
avant
Elle était plus grosse avant qu‘aujourd‘hui.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
cms/adverbs-webp/102260216.webp
demain
Personne ne sait ce qui sera demain.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
cms/adverbs-webp/178653470.webp
dehors
Nous mangeons dehors aujourd‘hui.
buiten
We eten vandaag buiten.
cms/adverbs-webp/123249091.webp
ensemble
Les deux aiment jouer ensemble.
samen
De twee spelen graag samen.