Woordenlijst
Telugu – Werkwoorden oefenen
draaien
Ze draait het vlees.
houden
Je mag het geld houden.
binnenkomen
Kom binnen!
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
sturen
Hij stuurt een brief.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.