Woordenlijst
Deens – Werkwoorden oefenen
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
beperken
Moet handel worden beperkt?
bedekken
Ze bedekt haar haar.