Woordenlijst

Leer werkwoorden – Frans

cms/verbs-webp/108350963.webp
enrichir
Les épices enrichissent notre nourriture.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
cms/verbs-webp/86996301.webp
défendre
Les deux amis veulent toujours se défendre mutuellement.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
cms/verbs-webp/125319888.webp
couvrir
Elle couvre ses cheveux.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
cms/verbs-webp/75195383.webp
être
Tu ne devrais pas être triste!
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
cms/verbs-webp/71612101.webp
entrer
Le métro vient d’entrer en gare.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
cms/verbs-webp/104135921.webp
entrer
Il entre dans la chambre d’hôtel.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
cms/verbs-webp/114231240.webp
mentir
Il ment souvent quand il veut vendre quelque chose.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
cms/verbs-webp/50772718.webp
annuler
Le contrat a été annulé.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
cms/verbs-webp/115207335.webp
ouvrir
Le coffre-fort peut être ouvert avec le code secret.
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.
cms/verbs-webp/33599908.webp
servir
Les chiens aiment servir leurs maîtres.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
cms/verbs-webp/120900153.webp
sortir
Les enfants veulent enfin sortir.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
cms/verbs-webp/118026524.webp
recevoir
Je peux recevoir une connexion internet très rapide.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.