Woordenlijst
Leer werkwoorden – Frans
enrichir
Les épices enrichissent notre nourriture.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
défendre
Les deux amis veulent toujours se défendre mutuellement.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
couvrir
Elle couvre ses cheveux.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
être
Tu ne devrais pas être triste!
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
entrer
Le métro vient d’entrer en gare.
binnenkomen
De metro is net het station binnengekomen.
entrer
Il entre dans la chambre d’hôtel.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
mentir
Il ment souvent quand il veut vendre quelque chose.
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
annuler
Le contrat a été annulé.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
ouvrir
Le coffre-fort peut être ouvert avec le code secret.
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.
servir
Les chiens aiment servir leurs maîtres.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
sortir
Les enfants veulent enfin sortir.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.