Woordenlijst
Tsjechisch – Werkwoorden oefenen
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
geldig zijn
Het visum is niet meer geldig.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.