Woordenlijst
Tsjechisch – Werkwoorden oefenen
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.