Woordenlijst
Tsjechisch – Werkwoorden oefenen
terugkomen
De boemerang kwam terug.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
openen
Het kind opent zijn cadeau.
knippen
De kapper knipt haar haar.
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
vervoeren
De vrachtwagen vervoert de goederen.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
loslaten
Je mag de grip niet loslaten!
verdwalen
Mijn sleutel is vandaag verloren gegaan!