Woordenlijst
Roemeens – Werkwoorden oefenen
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
geld uitgeven
We moeten veel geld uitgeven aan reparaties.
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
worden
Ze zijn een goed team geworden.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.