Woordenlijst
Engels (US) – Werkwoorden oefenen
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
moeten
Men zou veel water moeten drinken.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
afwassen
Ik hou niet van afwassen.
terugbrengen
De hond brengt het speelgoed terug.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.