Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
bezorgen
Onze dochter bezorgt kranten tijdens de vakantie.
gaan
Waar is het meer dat hier was heengegaan?
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
bedekken
Het kind bedekt zichzelf.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
verlaten
De man vertrekt.