Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.