Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
springen
Hij sprong in het water.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
sparen
Mijn kinderen hebben hun eigen geld gespaard.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.