Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
verhuizen
De buurman verhuist.
overnachten
We overnachten in de auto.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
wandelen
De groep wandelde over een brug.
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
schreeuwen
Als je gehoord wilt worden, moet je je boodschap luid schreeuwen.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.