Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
vervoeren
We vervoeren de fietsen op het dak van de auto.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
vermelden
De baas vermeldde dat hij hem zal ontslaan.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.