Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.