Woordenlijst
Pools – Werkwoorden oefenen
rennen
De atleet rent.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
vrienden worden
De twee zijn vrienden geworden.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.