Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
tellen
Ze telt de munten.
uitnodigen
Wij nodigen je uit voor ons oudejaarsfeest.
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
liegen
Hij liegt vaak als hij iets wil verkopen.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
walgen van
Ze walgde van spinnen.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
afhangen van
Hij is blind en is afhankelijk van hulp van buitenaf.