Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
besparen
Je bespaart geld als je de kamertemperatuur verlaagt.
uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
vermelden
De baas vermeldde dat hij hem zal ontslaan.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.