Woordenlijst
Indonesisch – Werkwoorden oefenen
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
beheren
Wie beheert het geld in jouw gezin?
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
leren kennen
Vreemde honden willen elkaar leren kennen.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.