Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
kijken
Ze kijkt door een gat.
meerijden
Mag ik met je meerijden?
bellen
Het meisje belt haar vriendin.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
samenwonen
De twee zijn van plan om binnenkort samen te gaan wonen.
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
beperken
Moet handel worden beperkt?
recht hebben op
Ouderen hebben recht op een pensioen.