Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
zich bevinden
Er bevindt zich een parel in de schelp.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
overnachten
We overnachten in de auto.
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.
wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
wonen
Ze wonen in een gedeeld appartement.