Woordenlijst
Marathi – Werkwoorden oefenen
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
vertellen
Ze vertelt haar een geheim.
doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!
uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
terugkrijgen
Ik kreeg het wisselgeld terug.
bestellen
Ze bestelt ontbijt voor zichzelf.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.