Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
opstaan
Ze kan niet meer zelfstandig opstaan.
sturen
Ik stuur je een brief.
accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.