Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
op handen zijn
Een ramp is op handen.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!