Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
bidden
Hij bidt in stilte.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
activeren
De rook activeerde het alarm.
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
vervangen
De automonteur vervangt de banden.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
houden van
Ze houdt heel veel van haar kat.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
omgaan
Men moet met problemen omgaan.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.