Woordenlijst
Koreaans – Werkwoorden oefenen
bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
willen
Hij wil te veel!
binnenkomen
Kom binnen!
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
knuffelen
Hij knuffelt zijn oude vader.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
bezitten
Ik bezit een rode sportwagen.