Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
wassen
De moeder wast haar kind.
beheren
Wie beheert het geld in jouw gezin?
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
missen
Ik zal je zo erg missen!
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.