Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
vastzitten
Ik zit vast en kan geen uitweg vinden.
beginnen
School begint net voor de kinderen.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
toebehoren
Mijn vrouw behoort mij toe.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.
doorrijden
De auto rijdt door een boom.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
overnemen
De sprinkhanen hebben de overhand genomen.