Spellen

Aantal afbeeldingen : 2 Aantal opties : 3 Tijd in seconden : 6 Weergegeven talen : Toon beide talen

0

0

Onthoud de afbeeldingen!
Wat mist er?
scoren
De speler heeft een doelpunt gescoord.
marquer
Le joueur a marqué un but.
opstaan
Mijn vriend heeft me vandaag laten zitten.
poser un lapin
Mon ami m’a posé un lapin aujourd’hui.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
travailler sur
Il doit travailler sur tous ces dossiers.