Woordenlijst
Duits – Werkwoorden oefenen
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
werken
Ze werkt beter dan een man.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.