Testen 1

Nederlands » Portugees (BR)



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun May 24, 2026

0/10

Klik op een woord
1. ik en jij
eu tu / eu e você   See hint
2. De vijfde dag is vrijdag.
O quinto dia é a   See hint
3. Het is koud vandaag.
está frio   See hint
4. Bent u een taalcursus aan het volgen?
Você está um curso de línguas?   See hint
5. Ik wil graag thee met citroen.
Eu quero um com limão   See hint
6. Wanneer landen we?
Quando ?   See hint
7. Waar is het kasteel?
Onde o palácio / castelo?   See hint
8. Je hebt zakdoeken, zeep en een nagelschaar nodig.
Você precisa de lenços, sabão e uma de unhas   See hint
9. Wie help jij?
Quem você está ?   See hint
10. Heeft u een tafel gereserveerd?
reservou uma mesa?   See hint