Testen 1



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun Jan 11, 2026

0/10

Klik op een woord
1. ik en jij
eu tu / eu e você   See hint
2. De vijfde dag is vrijdag.
O quinto é a sexta-feira   See hint
3. Het is koud vandaag.
Hoje frio   See hint
4. Bent u een taalcursus aan het volgen?
Você está fazendo um curso de ?   See hint
5. Ik wil graag thee met citroen.
Eu um chá com limão   See hint
6. Wanneer landen we?
Quando ?   See hint
7. Waar is het kasteel?
Onde o palácio / castelo?   See hint
8. Je hebt zakdoeken, zeep en een nagelschaar nodig.
Você precisa de , sabão e uma cortador de unhas   See hint
9. Wie help jij?
você está ajudando?   See hint
10. Heeft u een tafel gereserveerd?
Você uma mesa?   See hint