Testen 1

Nederlands » Portugees (BR)



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sat May 23, 2026

0/10

Klik op een woord
1. ik en jij
eu tu / eu e você   See hint
2. De vijfde dag is vrijdag.
O quinto é a sexta-feira   See hint
3. Het is koud vandaag.
está frio   See hint
4. Bent u een taalcursus aan het volgen?
Você está fazendo um de línguas?   See hint
5. Ik wil graag thee met citroen.
Eu um chá com limão   See hint
6. Wanneer landen we?
Quando ?   See hint
7. Waar is het kasteel?
Onde o palácio / castelo?   See hint
8. Je hebt zakdoeken, zeep en een nagelschaar nodig.
Você de lenços, sabão e uma cortador de unhas   See hint
9. Wie help jij?
você está ajudando?   See hint
10. Heeft u een tafel gereserveerd?
Você uma mesa?   See hint