Woordenlijst
Leer werkwoorden – Portugees (BR)
mencionar
Quantas vezes preciso mencionar esse argumento?
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
dormir até tarde
Eles querem, finalmente, dormir até tarde por uma noite.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
exigir
Meu neto exige muito de mim.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
olhar para baixo
Eu pude olhar para a praia da janela.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
esperar
Ainda temos que esperar por um mês.
wachten
We moeten nog een maand wachten.
chegar
O avião chegou no horário.
aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.
deixar parado
Hoje muitos têm que deixar seus carros parados.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
precisar
Você precisa de um macaco para trocar um pneu.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
matar
Cuidado, você pode matar alguém com esse machado!
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
superar
Os atletas superaram a cachoeira.
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.
ter vez
Por favor, espere, você terá sua vez em breve!
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!