Woordenlijst

Leer werkwoorden – Portugees (BR)

cms/verbs-webp/62000072.webp
passar a noite
Estamos passando a noite no carro.
overnachten
We overnachten in de auto.
cms/verbs-webp/102397678.webp
publicar
Publicidade é frequentemente publicada em jornais.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
cms/verbs-webp/113316795.webp
entrar
Você tem que entrar com sua senha.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
cms/verbs-webp/117311654.webp
carregar
Eles carregam seus filhos nas costas.
dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.
cms/verbs-webp/859238.webp
exercer
Ela exerce uma profissão incomum.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
cms/verbs-webp/68561700.webp
deixar aberto
Quem deixa as janelas abertas convida ladrões!
open laten
Wie de ramen open laat, nodigt inbrekers uit!
cms/verbs-webp/8451970.webp
discutir
Os colegas discutem o problema.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
cms/verbs-webp/120978676.webp
queimar
O fogo vai queimar muito da floresta.
afbranden
Het vuur zal een groot deel van het bos afbranden.
cms/verbs-webp/91442777.webp
pisar
Não posso pisar no chão com este pé.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
cms/verbs-webp/86196611.webp
atropelar
Infelizmente, muitos animais ainda são atropelados por carros.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
cms/verbs-webp/80060417.webp
partir
Ela parte em seu carro.
wegrijden
Ze rijdt weg in haar auto.
cms/verbs-webp/33599908.webp
servir
Cães gostam de servir seus donos.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.