Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/117890903.webp
vastama
Ta vastab alati esimesena.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
cms/verbs-webp/73751556.webp
palvetama
Ta palvetab vaikselt.
bidden
Hij bidt in stilte.
cms/verbs-webp/95470808.webp
sisse tulema
Tule sisse!
binnenkomen
Kom binnen!
cms/verbs-webp/62175833.webp
avastama
Meremehed on avastanud uue maa.
ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.
cms/verbs-webp/55119061.webp
jooksma hakkama
Sportlane on just alustamas jooksmist.
beginnen met rennen
De atleet staat op het punt om te beginnen met rennen.
cms/verbs-webp/100965244.webp
alla vaatama
Ta vaatab alla orgu.
naar beneden kijken
Ze kijkt naar beneden het dal in.
cms/verbs-webp/96628863.webp
säästma
Tüdruk säästab oma taskuraha.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
cms/verbs-webp/79322446.webp
tutvustama
Ta tutvustab oma uut tüdrukut oma vanematele.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
cms/verbs-webp/117284953.webp
valima
Ta valib uued päikeseprillid.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
cms/verbs-webp/5161747.webp
eemaldama
Kopplaadur eemaldab mulda.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
cms/verbs-webp/124525016.webp
jääma maha
Ta noorusaeg jääb kaugele taha.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.
cms/verbs-webp/60111551.webp
võtma
Tal tuleb võtta palju ravimeid.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.