Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/64053926.webp
ületama
Sportlased ületavad koske.
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.
cms/verbs-webp/78973375.webp
saama haiguslehte
Tal on vaja arstilt haiguslehte saada.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
cms/verbs-webp/90287300.webp
helisema
Kas kuuled kella helinat?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
cms/verbs-webp/63645950.webp
jooksma
Ta jookseb igal hommikul rannas.
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
cms/verbs-webp/104759694.webp
lootma
Paljud loodavad Euroopas paremat tulevikku.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
cms/verbs-webp/28993525.webp
kaasa tulema
Tule nüüd kaasa!
meekomen
Kom nu mee!
cms/verbs-webp/91930309.webp
importima
Me impordime vilju paljudest riikidest.
importeren
We importeren fruit uit veel landen.
cms/verbs-webp/51119750.webp
tee leidma
Ma oskan labürindis hästi oma teed leida.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
cms/verbs-webp/96531863.webp
läbi minema
Kas kass saab sellest august läbi minna?
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
cms/verbs-webp/66441956.webp
kirja panema
Peate parooli üles kirjutama!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
cms/verbs-webp/81885081.webp
põletama
Ta põletas tiku.
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
cms/verbs-webp/89025699.webp
kandma
Eesel kannab rasket koormat.
dragen
De ezel draagt een zware last.