Woordenlijst
Leer bijwoorden – Ests
välja
Ta tahaks vanglast välja saada.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
koos
Me õpime koos väikeses grupis.
samen
We leren samen in een kleine groep.
kuskil
Jänes on kuskil peitunud.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
ei
Mulle ei meeldi kaktus.
niet
Ik hou niet van de cactus.
terve päev
Ema peab terve päeva töötama.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
näiteks
Kuidas sulle näiteks see värv meeldib?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
just
Ta ärkas just üles.
net
Ze is net wakker geworden.
alla
Ta kukub ülalt alla.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
jälle
Ta kirjutab kõik jälle üles.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
ära
Ta kannab saaki ära.
weg
Hij draagt de prooi weg.
kõik
Siin näete kõiki maailma lippe.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.