Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
take
She has to take a lot of medication.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
save
The doctors were able to save his life.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
open
The safe can be opened with the secret code.
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.
come together
It’s nice when two people come together.
samenkomen
Het is fijn als twee mensen samenkomen.
pray
He prays quietly.
bidden
Hij bidt in stilte.
keep
I keep my money in my nightstand.
bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.
pull up
The taxis have pulled up at the stop.
arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.
cancel
The contract has been canceled.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
turn off
She turns off the alarm clock.
uitzetten
Ze zet de wekker uit.
bring together
The language course brings students from all over the world together.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
tell
I have something important to tell you.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.