Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (US)

cms/verbs-webp/21529020.webp
run towards
The girl runs towards her mother.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
cms/verbs-webp/115267617.webp
dare
They dared to jump out of the airplane.
durven
Ze durfden uit het vliegtuig te springen.
cms/verbs-webp/128159501.webp
mix
Various ingredients need to be mixed.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
cms/verbs-webp/96061755.webp
serve
The chef is serving us himself today.
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
cms/verbs-webp/106203954.webp
use
We use gas masks in the fire.
gebruiken
We gebruiken gasmaskers in het vuur.
cms/verbs-webp/118868318.webp
like
She likes chocolate more than vegetables.
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
cms/verbs-webp/114993311.webp
see
You can see better with glasses.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
cms/verbs-webp/105238413.webp
save
You can save money on heating.
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.
cms/verbs-webp/118567408.webp
think
Who do you think is stronger?
denken
Wie denk je dat sterker is?
cms/verbs-webp/80116258.webp
evaluate
He evaluates the performance of the company.
evalueren
Hij evalueert de prestaties van het bedrijf.
cms/verbs-webp/80325151.webp
complete
They have completed the difficult task.
voltooien
Ze hebben de moeilijke taak voltooid.
cms/verbs-webp/88597759.webp
press
He presses the button.
drukken
Hij drukt op de knop.