Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
leave out
You can leave out the sugar in the tea.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
ignore
The child ignores his mother’s words.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
take back
The device is defective; the retailer has to take it back.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
visit
An old friend visits her.
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
spread out
He spreads his arms wide.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
set aside
I want to set aside some money for later every month.
opzij zetten
Ik wil elke maand wat geld opzij zetten voor later.
give away
She gives away her heart.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
begin
A new life begins with marriage.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
see
You can see better with glasses.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
cover
She covers her face.
bedekken
Ze bedekt haar gezicht.
travel around
I’ve traveled a lot around the world.
rondreizen
Ik heb veel rond de wereld gereisd.