Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
thank
I thank you very much for it!
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
sleep
The baby sleeps.
slapen
De baby slaapt.
wait
She is waiting for the bus.
wachten
Ze wacht op de bus.
bring by
The pizza delivery guy brings the pizza by.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
give away
She gives away her heart.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
miss
He missed the nail and injured himself.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
train
Professional athletes have to train every day.
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.
cut to size
The fabric is being cut to size.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
look at each other
They looked at each other for a long time.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.
produce
One can produce more cheaply with robots.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
let in
One should never let strangers in.
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.