Woordenlijst
Leer bijwoorden – Duits
ganztags
Die Mutter muss ganztags arbeiten.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
hinab
Sie springt hinab ins Wasser.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
nahezu
Der Tank ist nahezu leer.
bijna
De tank is bijna leeg.
zu viel
Er hat immer zu viel gearbeitet.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
alle
Hier kann man alle Flaggen der Welt sehen.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
fort
Er trägt die Beute fort.
weg
Hij draagt de prooi weg.
wieder
Sie haben sich wieder getroffen.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
zu viel
Die Arbeit wird mir zu viel.
te veel
Het werk wordt me te veel.
hinüber
Sie will mit dem Roller die Straße hinüber.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
allein
Ich genieße den Abend ganz allein.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.