Woordenlijst

Leer bijwoorden – Duits

cms/adverbs-webp/23025866.webp
ganztags
Die Mutter muss ganztags arbeiten.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
cms/adverbs-webp/38720387.webp
hinab
Sie springt hinab ins Wasser.
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
cms/adverbs-webp/174985671.webp
nahezu
Der Tank ist nahezu leer.
bijna
De tank is bijna leeg.
cms/adverbs-webp/40230258.webp
zu viel
Er hat immer zu viel gearbeitet.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
cms/adverbs-webp/98507913.webp
alle
Hier kann man alle Flaggen der Welt sehen.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
cms/adverbs-webp/96549817.webp
fort
Er trägt die Beute fort.
weg
Hij draagt de prooi weg.
cms/adverbs-webp/164633476.webp
wieder
Sie haben sich wieder getroffen.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
cms/adverbs-webp/76773039.webp
zu viel
Die Arbeit wird mir zu viel.
te veel
Het werk wordt me te veel.
cms/adverbs-webp/142522540.webp
hinüber
Sie will mit dem Roller die Straße hinüber.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
cms/adverbs-webp/170728690.webp
allein
Ich genieße den Abend ganz allein.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
cms/adverbs-webp/138692385.webp
irgendwo
Ein Hase hat sich irgendwo versteckt.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.