Woordenlijst

Leer bijwoorden – Duits

cms/adverbs-webp/135007403.webp
rein
Geht er rein oder raus?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
cms/adverbs-webp/23025866.webp
ganztags
Die Mutter muss ganztags arbeiten.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
beinahe
Ich hätte beinahe getroffen!
bijna
Ik raakte bijna!
cms/adverbs-webp/7659833.webp
gratis
Sonnenenergie ist gratis.
gratis
Zonne-energie is gratis.
cms/adverbs-webp/133226973.webp
eben
Sie ist eben wach geworden.
net
Ze is net wakker geworden.
cms/adverbs-webp/71970202.webp
ziemlich
Sie ist ziemlich schlank.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
cms/adverbs-webp/40230258.webp
zu viel
Er hat immer zu viel gearbeitet.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
cms/adverbs-webp/29021965.webp
nicht
Ich mag den Kaktus nicht.
niet
Ik hou niet van de cactus.
cms/adverbs-webp/176235848.webp
herein
Die beiden kommen herein.
in
De twee komen binnen.
cms/adverbs-webp/77321370.webp
beispielsweise
Wie gefällt Ihnen beispielsweise diese Farbe?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
cms/adverbs-webp/75164594.webp
oft
Tornados sieht man nicht oft.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
cms/adverbs-webp/23708234.webp
richtig
Das Wort ist nicht richtig geschrieben.
correct
Het woord is niet correct gespeld.