Woordenlijst

Leer bijwoorden – Duits

cms/adverbs-webp/71970202.webp
ziemlich
Sie ist ziemlich schlank.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
cms/adverbs-webp/54073755.webp
darauf
Er klettert aufs Dach und setzt sich darauf.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
cms/adverbs-webp/40230258.webp
zu viel
Er hat immer zu viel gearbeitet.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
cms/adverbs-webp/155080149.webp
warum
Kinder wollen wissen, warum alles so ist, wie es ist.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
cms/adverbs-webp/138988656.webp
jederzeit
Sie können uns jederzeit anrufen.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
cms/adverbs-webp/123249091.webp
zusammen
Die beiden spielen gern zusammen.
samen
De twee spelen graag samen.
cms/adverbs-webp/176340276.webp
fast
Es ist fast Mitternacht.
bijna
Het is bijna middernacht.
cms/adverbs-webp/166071340.webp
heraus
Sie kommt aus dem Wasser heraus.
uit
Ze komt uit het water.
cms/adverbs-webp/142522540.webp
hinüber
Sie will mit dem Roller die Straße hinüber.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
cms/adverbs-webp/134906261.webp
schon
Das Haus ist schon verkauft.
al
Het huis is al verkocht.
cms/adverbs-webp/23025866.webp
ganztags
Die Mutter muss ganztags arbeiten.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
beinahe
Ich hätte beinahe getroffen!
bijna
Ik raakte bijna!