Woordenlijst
Leer bijwoorden – Deens
noget
Jeg ser noget interessant!
iets
Ik zie iets interessants!
i
Går han ind eller ud?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
nok
Hun vil sove og har fået nok af støjen.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
aldrig
Man skal aldrig give op.
nooit
Men moet nooit opgeven.
halvt
Glasset er halvt tomt.
half
Het glas is half leeg.
allerede
Han er allerede i søvn.
al
Hij slaapt al.
for eksempel
Hvad synes du om denne farve, for eksempel?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
ud
Hun kommer ud af vandet.
uit
Ze komt uit het water.
i morgen
Ingen ved, hvad der vil ske i morgen.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
der
Gå derhen, og spørg derefter igen.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
udenfor
Vi spiser udenfor i dag.
buiten
We eten vandaag buiten.