Woordenlijst
Leer werkwoorden – Deens
producere
Vi producerer vores egen honning.
produceren
We produceren onze eigen honing.
komme igennem
Vandet var for højt; lastbilen kunne ikke komme igennem.
doorkomen
Het water was te hoog; de truck kon er niet doorheen.
beskytte
Børn skal beskyttes.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
indeholde
Fisk, ost, og mælk indeholder meget protein.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
finde vej
Jeg kan finde vej godt i en labyrint.
de weg vinden
Ik kan goed de weg vinden in een labyrint.
genfinde
Jeg kunne ikke finde mit pas efter flytningen.
terugvinden
Na de verhuizing kon ik mijn paspoort niet meer terugvinden.
ansætte
Ansøgeren blev ansat.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
springe
Han sprang i vandet.
springen
Hij sprong in het water.
tage sig af
Vores pedel tager sig af snerydningen.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
føre
Han fører pigen ved hånden.
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
returnere
Læreren returnerer opgaverne til eleverne.
teruggeven
De leraar geeft de essays terug aan de studenten.