Woordenlijst
Leer werkwoorden – Deens
blande
Du kan blande en sund salat med grøntsager.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
tale
Han taler til sit publikum.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
rasle
Bladene rasler under mine fødder.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
ringe
Klokken ringer hver dag.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
køre hjem
Efter shopping kører de to hjem.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
komme først
Sundhed kommer altid først!
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
møde
Nogle gange mødes de i trappen.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
udøve
Hun udøver et usædvanligt erhverv.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
dø
Mange mennesker dør i film.
sterven
Veel mensen sterven in films.
give væk
Hun giver sit hjerte væk.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
gå ind
Han går ind i hotelværelset.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.