Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/102114991.webp
klippe
Frisøren klipper hendes hår.
knippen
De kapper knipt haar haar.
cms/verbs-webp/111615154.webp
køre tilbage
Moderen kører datteren hjem igen.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
cms/verbs-webp/119613462.webp
forvente
Min søster forventer et barn.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
cms/verbs-webp/55269029.webp
misse
Han missede sømmet og skadede sig selv.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
cms/verbs-webp/75487437.webp
lede
Den mest erfarne vandrer leder altid.
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
cms/verbs-webp/108580022.webp
vende tilbage
Faderen er vendt tilbage fra krigen.
terugkeren
De vader is teruggekeerd uit de oorlog.
cms/verbs-webp/131098316.webp
gifte sig
Minderårige må ikke gifte sig.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
cms/verbs-webp/119425480.webp
tænke
Man skal tænke meget i skak.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
cms/verbs-webp/89636007.webp
underskrive
Han underskrev kontrakten.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
cms/verbs-webp/88597759.webp
trykke
Han trykker på knappen.
drukken
Hij drukt op de knop.
cms/verbs-webp/115172580.webp
bevise
Han vil bevise en matematisk formel.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
cms/verbs-webp/85623875.webp
studere
Der er mange kvinder, der studerer på mit universitet.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.