Woordenlijst
Leer werkwoorden – Deens
klippe
Frisøren klipper hendes hår.
knippen
De kapper knipt haar haar.
køre tilbage
Moderen kører datteren hjem igen.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
forvente
Min søster forventer et barn.
verwachten
Mijn zus verwacht een kind.
misse
Han missede sømmet og skadede sig selv.
missen
Hij miste de spijker en verwondde zichzelf.
lede
Den mest erfarne vandrer leder altid.
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
vende tilbage
Faderen er vendt tilbage fra krigen.
terugkeren
De vader is teruggekeerd uit de oorlog.
gifte sig
Minderårige må ikke gifte sig.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
tænke
Man skal tænke meget i skak.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
underskrive
Han underskrev kontrakten.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
trykke
Han trykker på knappen.
drukken
Hij drukt op de knop.
bevise
Han vil bevise en matematisk formel.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.