Woordenlijst
Leer bijwoorden – Tsjechisch
společně
Ti dva rádi hrají společně.
samen
De twee spelen graag samen.
nikdy
Člověk by nikdy neměl vzdát.
nooit
Men moet nooit opgeven.
ale
Dům je malý, ale romantický.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
někde
Králík se někde schoval.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
velmi
Dítě je velmi hladové.
erg
Het kind is erg hongerig.
sám
Večer si užívám sám.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
celý den
Matka musí pracovat celý den.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
trochu
Chci trochu více.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
téměř
Nádrž je téměř prázdná.
bijna
De tank is bijna leeg.
dříve
Byla dříve tlustší než teď.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
správně
Slovo není napsáno správně.
correct
Het woord is niet correct gespeld.