Woordenlijst

Leer werkwoorden – Tsjechisch

cms/verbs-webp/32180347.webp
rozebrat
Náš syn všechno rozebírá!
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
cms/verbs-webp/73880931.webp
čistit
Dělník čistí okno.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
cms/verbs-webp/23468401.webp
zasnoubit se
Tajně se zasnoubili!
verloven
Ze hebben stiekem verloofd!
cms/verbs-webp/125376841.webp
dívat se na
Na dovolené jsem se díval na mnoho památek.
bekijken
Op vakantie heb ik veel bezienswaardigheden bekeken.
cms/verbs-webp/104825562.webp
nastavit
Musíte nastavit hodiny.
instellen
Je moet de klok instellen.
cms/verbs-webp/116932657.webp
dostávat
Ve stáří dostává dobrou penzi.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
cms/verbs-webp/65199280.webp
běžet za
Matka běží za svým synem.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
cms/verbs-webp/80552159.webp
fungovat
Motorka je rozbitá; už nefunguje.
werken
De motorfiets is kapot; hij werkt niet meer.
cms/verbs-webp/101630613.webp
prohledat
Zloděj prohledává dům.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
cms/verbs-webp/90309445.webp
konat se
Pohřeb se konal předevčírem.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
cms/verbs-webp/102397678.webp
publikovat
Reklama je často publikována v novinách.
publiceren
Reclame wordt vaak in kranten gepubliceerd.
cms/verbs-webp/98294156.webp
obchodovat
Lidé obchodují s použitým nábytkem.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.