Woordenlijst

Leer werkwoorden – Sloveens

cms/verbs-webp/34725682.webp
predlagati
Ženska svoji prijateljici nekaj predlaga.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
cms/verbs-webp/99769691.webp
mimoiti
Vlak nas mimoiti.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
cms/verbs-webp/123834435.webp
vzeti nazaj
Naprava je pokvarjena; trgovec jo mora vzeti nazaj.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
cms/verbs-webp/89025699.webp
nositi
Osliček nosi težko breme.
dragen
De ezel draagt een zware last.
cms/verbs-webp/74009623.webp
testirati
Avto se testira v delavnici.
testen
De auto wordt in de werkplaats getest.
cms/verbs-webp/120870752.webp
potegniti
Kako bo potegnil ven to veliko ribo?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
cms/verbs-webp/41918279.webp
zbežati
Naš sin je hotel zbežati od doma.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
cms/verbs-webp/117953809.webp
prenašati
Ne more prenašati petja.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
cms/verbs-webp/127554899.webp
raje imeti
Naša hči ne bere knjig; raje ima telefon.
verkiezen
Onze dochter leest geen boeken; ze verkiest haar telefoon.
cms/verbs-webp/114993311.webp
videti
Z očali lahko bolje vidiš.
zien
Je kunt beter zien met een bril.
cms/verbs-webp/12991232.webp
zahvaliti se
Najlepše se vam zahvaljujem za to!
bedanken
Ik bedank je er heel erg voor!
cms/verbs-webp/99725221.webp
lagati
Včasih je v sili treba lagati.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.