Woordenlijst
Leer werkwoorden – Sloveens
pogledati
Kar ne veš, moraš pogledati.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
povedati
Imam nekaj pomembnega, kar ti moram povedati.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
dotakniti se
Kmet se dotika svojih rastlin.
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
premikati
Zdravo je veliko se premikati.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
napiti se
Vsak večer se skoraj napije.
worden dronken
Hij wordt bijna elke avond dronken.
povoziti
Kolesarja je povozil avto.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
srečati
Včasih se srečajo na stopnišču.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
umakniti se
Mnoge stare hiše morajo umakniti pot novim.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
pogrešati
Zelo pogreša svoje dekle.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
povezati
Ta most povezuje dve soseski.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
razumeti
Končno sem razumel nalogo!
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!