Woordenlijst
Leer bijwoorden – Pools
ale
Dom jest mały, ale romantyczny.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
też
Pies też może siedzieć przy stole.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
razem
Uczymy się razem w małej grupie.
samen
We leren samen in een kleine groep.
do
Skaczą do wody.
in
Ze springen in het water.
już
Dom jest już sprzedany.
al
Het huis is al verkocht.
wcześniej
Była grubsza wcześniej niż teraz.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
bardzo
Dziecko jest bardzo głodne.
erg
Het kind is erg hongerig.
tam
Idź tam, potem zapytaj jeszcze raz.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
dosyć
Ona chce spać i ma dosyć hałasu.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
w
Czy on wchodzi do środka czy wychodzi?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
razem
Obaj lubią razem się bawić.
samen
De twee spelen graag samen.