Woordenlijst

Leer werkwoorden – Litouws

cms/verbs-webp/9435922.webp
artėti
Sraigės artėja viena prie kitos.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
cms/verbs-webp/73880931.webp
valyti
Darbininkas valo langą.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
cms/verbs-webp/101938684.webp
atlikti
Jis atlieka remontą.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
cms/verbs-webp/115520617.webp
užvažiuoti
Dviratininką užvažiavo automobilis.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
cms/verbs-webp/125385560.webp
plauti
Mama plauna savo vaiką.
wassen
De moeder wast haar kind.
cms/verbs-webp/124575915.webp
pagerinti
Ji nori pagerinti savo figūrą.
verbeteren
Ze wil haar figuur verbeteren.
cms/verbs-webp/91147324.webp
apdovanoti
Jis buvo apdovanotas medaliu.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
cms/verbs-webp/34567067.webp
ieškoti
Policija ieško nusikaltėlio.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.
cms/verbs-webp/87142242.webp
pakaboti
Hamakas pakabotas nuo lubų.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
cms/verbs-webp/121670222.webp
sekti
Viščiukai visada seka savo motiną.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
cms/verbs-webp/114593953.webp
susitikti
Jie pirmą kartą susitiko internete.
ontmoeten
Ze ontmoetten elkaar voor het eerst op het internet.
cms/verbs-webp/90539620.webp
praeiti
Laikas kartais praeina lėtai.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.