Woordenlijst
Leer werkwoorden – Litouws
išeiti
Kas išeina iš kiaušinio?
uitkomen
Wat komt er uit het ei?
spausdinti
Knygos ir laikraščiai spausdinami.
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
rodyti
Aš galiu parodyti vizą savo pase.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
liesti
Jis ją švelniai paliestas.
aanraken
Hij raakte haar teder aan.
pramisti
Ji pramisė svarbų susitikimą.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
keliauti
Mums patinka keliauti po Europą.
reizen
We reizen graag door Europa.
tapti
Jie tapo geru komandos nariu.
worden
Ze zijn een goed team geworden.
atsisakyti
Vaikas atsisako maisto.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
išeiti
Ji išeina su naujais batais.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
pasakyti
Kas žino kažką, gali pasakyti pamokoje.
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.
tikrinti
Dantistas tikrina dantis.
controleren
De tandarts controleert de tanden.