Woordenlijst

Leer werkwoorden – Spaans

cms/verbs-webp/103797145.webp
contratar
La empresa quiere contratar a más personas.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
cms/verbs-webp/98561398.webp
mezclar
El pintor mezcla los colores.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
cms/verbs-webp/46385710.webp
aceptar
Aquí se aceptan tarjetas de crédito.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
cms/verbs-webp/61575526.webp
ceder
Muchas casas antiguas tienen que ceder paso a las nuevas.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
cms/verbs-webp/87317037.webp
jugar
El niño prefiere jugar solo.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
cms/verbs-webp/101630613.webp
buscar
El ladrón busca en la casa.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
cms/verbs-webp/77646042.webp
quemar
No deberías quemar dinero.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
cms/verbs-webp/129002392.webp
explorar
Los astronautas quieren explorar el espacio exterior.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
cms/verbs-webp/105854154.webp
limitar
Las vallas limitan nuestra libertad.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
cms/verbs-webp/77581051.webp
ofrecer
¿Qué me ofreces por mis peces?
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
cms/verbs-webp/128644230.webp
renovar
El pintor quiere renovar el color de la pared.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
cms/verbs-webp/99207030.webp
llegar
El avión ha llegado a tiempo.
aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.