Woordenlijst
Leer werkwoorden – Spaans
contratar
La empresa quiere contratar a más personas.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
mezclar
El pintor mezcla los colores.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
aceptar
Aquí se aceptan tarjetas de crédito.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
ceder
Muchas casas antiguas tienen que ceder paso a las nuevas.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
jugar
El niño prefiere jugar solo.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
buscar
El ladrón busca en la casa.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
quemar
No deberías quemar dinero.
verbranden
Je moet geen geld verbranden.
explorar
Los astronautas quieren explorar el espacio exterior.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
limitar
Las vallas limitan nuestra libertad.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
ofrecer
¿Qué me ofreces por mis peces?
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
renovar
El pintor quiere renovar el color de la pared.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.