Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
hear
I can’t hear you!
horen
Ik kan je niet horen!
receive
I can receive very fast internet.
ontvangen
Ik kan zeer snel internet ontvangen.
stop
The woman stops a car.
stoppen
De vrouw stopt een auto.
pass by
The train is passing by us.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
take part
He is taking part in the race.
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.
open
The festival was opened with fireworks.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
practice
The woman practices yoga.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
send off
She wants to send the letter off now.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
write down
You have to write down the password!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
vote
The voters are voting on their future today.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
confirm
She could confirm the good news to her husband.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.