Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/92145325.webp
rigardi
Ŝi rigardas tra truo.
kijken
Ze kijkt door een gat.
cms/verbs-webp/101742573.webp
pentri
Ŝi pentris siajn manojn.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
cms/verbs-webp/122789548.webp
doni
Kion ŝia koramiko donis al ŝi por ŝia naskiĝtago?
geven
Wat heeft haar vriend haar voor haar verjaardag gegeven?
cms/verbs-webp/119952533.webp
gusti
Tio gustas vere bone!
smaken
Dit smaakt echt goed!
cms/verbs-webp/90773403.webp
sekvi
Mia hundo sekvas min kiam mi kuras.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/75001292.webp
forveturi
Kiam la lumo ŝanĝiĝis, la aŭtoj forveturis.
wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.
cms/verbs-webp/87153988.webp
antaŭenigi
Ni bezonas antaŭenigi alternativojn al aŭtomobila trafiko.
bevorderen
We moeten alternatieven voor autoverkeer bevorderen.
cms/verbs-webp/32180347.webp
disigi
Nia filo ĉion disigas!
uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!
cms/verbs-webp/123619164.webp
naĝi
Ŝi regule naĝas.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
cms/verbs-webp/62069581.webp
sendi
Mi sendas al vi leteron.
sturen
Ik stuur je een brief.
cms/verbs-webp/34664790.webp
esti venkita
La pli malforta hundo estas venkita en la batalo.
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
cms/verbs-webp/101383370.webp
eliri
La knabinoj ŝatas eliri kune.
uitgaan
De meisjes gaan graag samen uit.