Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/90287300.webp
zvoniti
Čujete li zvono kako zvoni?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
cms/verbs-webp/106515783.webp
uništiti
Tornado uništava mnoge kuće.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
cms/verbs-webp/113393913.webp
zaustaviti
Taksiji su se zaustavili na stanici.
arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.
cms/verbs-webp/102677982.webp
osjećati
Ona osjeća bebu u svom trbuhu.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
cms/verbs-webp/68761504.webp
pregledati
Zubar pregledava pacijentovu dentaciju.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
cms/verbs-webp/65840237.webp
poslati
Roba će mi biti poslana u paketu.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
cms/verbs-webp/18473806.webp
doći na red
Molimo čekajte, uskoro ćete doći na red!
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
cms/verbs-webp/19584241.webp
imati na raspolaganju
Djeca imaju samo džeparac na raspolaganju.
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
cms/verbs-webp/81025050.webp
boriti se
Sportaši se bore jedan protiv drugog.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
cms/verbs-webp/102823465.webp
pokazati
Mogu pokazati vizu u svom pasošu.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
cms/verbs-webp/83776307.webp
seliti se
Moj nećak se seli.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
cms/verbs-webp/93221279.webp
gorjeti
U kaminu gori vatra.
branden
Er brandt een vuur in de open haard.