Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
zvoniti
Čujete li zvono kako zvoni?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
uništiti
Tornado uništava mnoge kuće.
vernielen
De tornado vernielt veel huizen.
zaustaviti
Taksiji su se zaustavili na stanici.
arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.
osjećati
Ona osjeća bebu u svom trbuhu.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
pregledati
Zubar pregledava pacijentovu dentaciju.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
poslati
Roba će mi biti poslana u paketu.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
doći na red
Molimo čekajte, uskoro ćete doći na red!
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
imati na raspolaganju
Djeca imaju samo džeparac na raspolaganju.
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
boriti se
Sportaši se bore jedan protiv drugog.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
pokazati
Mogu pokazati vizu u svom pasošu.
tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.
seliti se
Moj nećak se seli.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.