Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
vereenvoudig
Jy moet ingewikkelde dinge vir kinders vereenvoudig.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
oefen
Die vrou oefen joga.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
stomslaan
Die verrassing slaan haar stom.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
ontsyfer
Hy ontsyfer die klein druk met ’n vergrootglas.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
beklemtoon
Jy kan jou oë goed met grimering beklemtoon.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
terugkeer
Die vader het uit die oorlog teruggekeer.
terugkeren
De vader is teruggekeerd uit de oorlog.
agterlaat
Hulle het per ongeluk hul kind by die stasie agtergelaat.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
open
Die fees is met vuurwerke geopen.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
gooi
Hy gooi die bal in die mandjie.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
ontslaan
Die baas het hom ontslaan.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
verloor
My sleutel het vandag verloor gegaan!
verdwalen
Mijn sleutel is vandaag verloren gegaan!