Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
besoek
Sy besoek Parys.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
vermoed
Hy vermoed dat dit sy vriendin is.
verdenken
Hij verdenkt dat het zijn vriendin is.
sorteer
Ek het nog baie papier om te sorteer.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
moeilik vind
Albei vind dit moeilik om totsiens te sê.
moeilijk vinden
Beiden vinden het moeilijk om afscheid te nemen.
uittrek
Hoe gaan hy daardie groot vis uittrek?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
uitsterf
Baie diere het vandag uitgesteek.
uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
oorskry
Wale oorskry alle diere in gewig.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
inlaat
Mens moet nooit vreemdelinge inlaat nie.
binnenlaten
Men moet nooit vreemden binnenlaten.
weet
Die kinders is baie nuuskierig en weet reeds baie.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
lees
Ek kan nie sonder brille lees nie.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
sny
Die haarkapper sny haar hare.
knippen
De kapper knipt haar haar.