Woordenlijst

Leer werkwoorden – Afrikaans

cms/verbs-webp/113253386.webp
uitwerk
Dit het hierdie keer nie uitgewerk nie.
lukken
Deze keer is het niet gelukt.
cms/verbs-webp/81025050.webp
veg
Die atlete veg teen mekaar.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
cms/verbs-webp/78773523.webp
vermeerder
Die bevolking het aansienlik vermeerder.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
cms/verbs-webp/65915168.webp
ritsel
Die blare ritsel onder my voete.
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
cms/verbs-webp/68779174.webp
verteenwoordig
Prokureurs verteenwoordig hulle kliënte in die hof.
vertegenwoordigen
Advocaten vertegenwoordigen hun cliënten in de rechtbank.
cms/verbs-webp/74176286.webp
beskerm
Die moeder beskerm haar kind.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
cms/verbs-webp/68761504.webp
kontroleer
Die tandarts kontroleer die pasiënt se tande.
controleren
De tandarts controleert het gebit van de patiënt.
cms/verbs-webp/130770778.webp
reis
Hy hou daarvan om te reis en het baie lande gesien.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
cms/verbs-webp/118011740.webp
bou
Die kinders bou ’n hoë toring.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
cms/verbs-webp/96571673.webp
verf
Hy verf die muur wit.
schilderen
Hij schildert de muur wit.
cms/verbs-webp/93393807.webp
gebeur
Vreemde dinge gebeur in drome.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
cms/verbs-webp/93221270.webp
verdwaal
Ek het op my pad verdwaal.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.