Woordenlijst

Leer werkwoorden – Afrikaans

cms/verbs-webp/128644230.webp
hernu
Die skilder wil die muurkleur hernu.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
cms/verbs-webp/51573459.webp
beklemtoon
Jy kan jou oë goed met grimering beklemtoon.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
cms/verbs-webp/53064913.webp
sluit
Sy sluit die gordyne.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
cms/verbs-webp/43100258.webp
ontmoet
Soms ontmoet hulle in die trappehuis.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
cms/verbs-webp/90309445.webp
plaasvind
Die begrafnis het eergister plaasgevind.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
cms/verbs-webp/120193381.webp
trou
Die paartjie het pas getrou.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
cms/verbs-webp/51465029.webp
loop stadig
Die horlosie loop ’n paar minute agter.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
cms/verbs-webp/853759.webp
verkoop
Die koopwaar word uitverkoop.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
cms/verbs-webp/118343897.webp
saamwerk
Ons werk saam as ’n span.
samenwerken
We werken samen als een team.
cms/verbs-webp/102447745.webp
kanselleer
Hy het ongelukkig die vergadering gekanselleer.
annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.
cms/verbs-webp/113885861.webp
besmet raak
Sy het met ’n virus besmet geraak.
besmet raken
Ze raakte besmet met een virus.
cms/verbs-webp/118232218.webp
beskerm
Kinders moet beskerm word.
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.