Woordenlijst
Leer werkwoorden – Nynorsk
uttale seg
Ho vil uttale seg til venninna si.
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
måtte
Han må gå av her.
moeten
Hij moet hier uitstappen.
kaste vekk
Han tråkkar på ein kasta bananskall.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
springe etter
Mor spring etter sonen sin.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
unngå
Han må unngå nøtter.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
gjere for
Dei vil gjere noko for helsa si.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
gråte
Barnet græt i badekaret.
huilen
Het kind huilt in het bad.
unngå
Ho unngår kollegaen sin.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
passere
Middelalderperioden har passert.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
føle
Han føler seg ofte åleine.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
snakke
Han snakker til publikummet sitt.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.