Woordenlijst

Leer werkwoorden – Nynorsk

cms/verbs-webp/15441410.webp
uttale seg
Ho vil uttale seg til venninna si.
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
cms/verbs-webp/108218979.webp
måtte
Han må gå av her.
moeten
Hij moet hier uitstappen.
cms/verbs-webp/82604141.webp
kaste vekk
Han tråkkar på ein kasta bananskall.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
cms/verbs-webp/65199280.webp
springe etter
Mor spring etter sonen sin.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
cms/verbs-webp/118064351.webp
unngå
Han må unngå nøtter.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
cms/verbs-webp/118485571.webp
gjere for
Dei vil gjere noko for helsa si.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
cms/verbs-webp/94153645.webp
gråte
Barnet græt i badekaret.
huilen
Het kind huilt in het bad.
cms/verbs-webp/108991637.webp
unngå
Ho unngår kollegaen sin.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
cms/verbs-webp/113842119.webp
passere
Middelalderperioden har passert.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
cms/verbs-webp/109766229.webp
føle
Han føler seg ofte åleine.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
cms/verbs-webp/93169145.webp
snakke
Han snakker til publikummet sitt.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
cms/verbs-webp/129203514.webp
prate
Han pratar ofte med naboen sin.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.