Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/61806771.webp
bringe
Budbringeren bringer en pakke.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
cms/verbs-webp/91997551.webp
forstå
Man kan ikke forstå alt om datamaskiner.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
cms/verbs-webp/118826642.webp
forklare
Bestefar forklarer verden for barnebarnet sitt.
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
cms/verbs-webp/111750432.webp
henge
Begge henger på en gren.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
cms/verbs-webp/101158501.webp
takke
Han takket henne med blomster.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
cms/verbs-webp/85191995.webp
komme overens
Avslutt krangelen og kom endelig overens!
overweg kunnen
Stop met ruziën en kunnen jullie eindelijk met elkaar overweg!
cms/verbs-webp/72855015.webp
motta
Hun mottok en veldig fin gave.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
cms/verbs-webp/124525016.webp
ligge bak
Tiden for hennes ungdom ligger langt bak.
achterliggen
De tijd van haar jeugd ligt ver achter haar.
cms/verbs-webp/78773523.webp
øke
Befolkningen har økt betydelig.
toenemen
De bevolking is sterk toegenomen.
cms/verbs-webp/119520659.webp
nevne
Hvor mange ganger må jeg nevne denne argumentasjonen?
ter sprake brengen
Hoe vaak moet ik dit argument ter sprake brengen?
cms/verbs-webp/55128549.webp
kaste
Han kaster ballen i kurven.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
cms/verbs-webp/20225657.webp
kreve
Barnebarnet mitt krever mye av meg.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.