Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
aansteken
Hij stak een lucifer aan.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
meerijden
Mag ik met je meerijden?
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
noemen
Hoeveel landen kun je noemen?
schilderen
Hij schildert de muur wit.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
oprapen
We moeten alle appels oprapen.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
oefenen
Hij oefent elke dag met zijn skateboard.