Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
bidden
Hij bidt in stilte.
uitgaan
Ze stapt uit de auto.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.
weglopen
Onze kat is weggelopen.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
samenwerken
We werken samen als een team.