Woordenlijst
Spaans – Werkwoorden oefenen
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
verheugen
Het doelpunt verheugt de Duitse voetbalfans.
zingen
De kinderen zingen een lied.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
dragen
De ezel draagt een zware last.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
sturen
Ik stuur je een brief.
vertegenwoordigen
Advocaten vertegenwoordigen hun cliënten in de rechtbank.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!