Woordenlijst
Tsjechisch – Werkwoorden oefenen
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
misgaan
Alles gaat vandaag mis!
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.
laten staan
Vandaag moeten velen hun auto’s laten staan.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
beschermen
De moeder beschermt haar kind.
overnemen
De sprinkhanen hebben de overhand genomen.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
becommentariëren
Hij becommentarieert elke dag de politiek.
genoeg zijn
Dat is genoeg, je irriteert!
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.